020 - 670 5000     info@sup.nl

Nieuwsarchief

Chemotherapie bij kinderen verzwakt kortetermijngeheugen op latere leeftijd

04-08-2017

2017-08-04

Voormalig kankerpatiënten kunnen minder flexibel omgaan met kennis en hebben een zwakker kortetermijngeheugen. 

"Testen waarbij de proefpersonen snel moesten wisselen tussen verschillende taken of nieuwe informatie voor een korte tijd onthouden, gingen duidelijk moeizamer bij voormalige kankerpatiënten." De behandeling van kanker bij kinderen is de voorbije jaren erg verbeterd, maar zelfs na volledige genezing laten de ziekte en de bijbehorende therapie sporen na. Tot nu toe was echter nog weinig bekend over de problemen die optreden. Daarom hebben de KU Leuven en het UZ Leuven onderzocht wat de neuropsychologische gevolgen zijn bij jongvolwassenen die als kind een kankerbehandeling hebben ondergaan. Daaruit blijkt dat de voormalige kankerpatiënten minder flexibel kunnen omgaan met kennis en een zwakker kortetermijngeheugen hebben.

Wetenschappers van de KU Leuven en het UZ Leuven onderzochten 31 jongvolwassenen die als kind chemotherapie ondergingen. Ten tijde van de behandeling waren zij gemiddeld 6,5 jaar oud. Ze vergeleken de prestaties van de voormalige kankerpatiënten op een reeks van psychologische tests met die van controlepersonen. Cognitieve functies zoals langetermijngeheugen en concentratievermogen bleven grotendeels gespaard. Dat zijn vaardigheden die zich al voor de behandeling ontwikkeld hadden.

De kankerbehandeling beïnvloedt echter wel verschillende later rijpende vaardigheden. Vooral traag ontwikkelende psychologische functies blijken erg kwetsbaar te zijn. "Testen waarbij de proefpersonen snel moesten wisselen tussen verschillende taken of nieuwe informatie voor een korte tijd onthouden, gingen duidelijk moeizamer bij voormalige kankerpatiënten. Het ontwikkelingsstadium van de hersenen bij de start van de kankerbehandeling is hiervoor wellicht bepalend”, leggen aspirant-psychiater Iris Elens en professor Rudi D’Hooge uit.

Daarnaast stelden de onderzoekers een verband vast tussen de cognitieve prestaties van de proefpersonen en de hersenvochtconcentraties van fosfo-tau, een eiwit dat deel uitmaakt van de interne structuur van onze zenuwcellen. “Tijdens de kankerbehandeling werden systematisch stalen van hersenvocht afgenomen. In de stalen van de proefpersonen hebben we dan de concentratie van fosfo-tau onderzocht als maat voor schade aan de hersencellen”, legt professor D’Hooge uit. “Hoge concentraties van fosfo-tau bleken inderdaad indicatief voor het optreden van cognitieve problemen op latere leeftijd.”

Iris Elens pikt daar op in: “Als we in de toekomst deze concentraties van fosfo-tau systematisch meten, kunnen we kinderen met hoge waarden gericht begeleiden. Met vroege begeleiding gericht op de meest relevante functies kunnen we problemen voorkomen die anders 10 of 15 jaar na de behandeling zouden opduiken.”

 

Bron: KU Leuven / iStockphoto

378

Plaats een reactie

code